Dodenherdenking 2026
Maandag 4 mei herdachten wij de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog, andere oorlogsslachtoffers en slachtoffers van de diverse vredesmissies.
Burgemeester Joost Manusama sprak tijdens Dodenherdenking in de Nieuwe Westerkerk. Hij stond stil bij het bombardement op de Nijverheidstraat in 1941, waarbij vier Capellenaren om het leven kwamen.
Hij maakte een parallel met de huidige situatie in de wereld. Herdenken vraagt niet alleen om stilstaan, maar ook om begrijpen wat er is gebeurd en wat dat van ons vraagt in het hier en nu.
Vrijheid is een keuze. Elke dag opnieuw.

Toespraak burgemeester Joost Manusama
Thema: De geschiedenis leren begrijpen
Beste Capellenaren, jongens en meisjes, leden van de gemeenteraad, het college, de jongerenraad, het kindercollege, dames en heren,
Het is woensdag 30 april 1941. Midden in de nacht. Boven de Hollandsche IJssel cirkelen Engelse bommenwerpers. Hun doel, de scheepswerven en de havens van Rotterdam. Maar bommen vallen waar ze vallen. Om kwart voor drie in de ochtend slaat een serie bommen in aan de Nijverheidstraat in Capelle aan den IJssel. De zussen Sien en Marie van Linschoten slapen op de 1e etage van hun huis, waar ook hun kruidenierswinkel zit. Hun buurman Nicolaas van Gogh en zijn zoon Maarten liggen in het huis ernaast te slapen. Niemand heeft ooit het luchtalarm gehoord. Logisch, er was helemaal geen luchtalarm. De luchtaanval kwam totaal onverwacht.
De broer van Sien en Marie, Piet van Linschoten, komt nog dezelfde nacht aanrennen als hij van het bombardement hoort. Hij klimt in de perenboom naast het verwoeste pand en roept zo hard als hij kan de namen van zijn zussen. “SIEN, MARIE .......” Dan klinkt een zwakke stem vanuit het puin. Het is Sien. “Ben jij daar Piet?” En dan, vol wanhoop: “Marie is dood.”
Sien overlijdt onderweg naar het ziekenhuis. Hun buurman Nicolaas en zijn zoon Maarten sterven diezelfde dag. Vier mensen. Vier namen. Vier verhalen die voor altijd verbonden blijven met een donkere nacht in april 1941. Aan een dijk in Capelle aan den IJssel.
Maar iets maakt dit verhaal extra schrijnend. De bommen waren niet bedoeld voor Nederlanders, niet voor Capellenaren. Het waren ‘bevriende’ bommen. Afgeworpen door vliegtuigen van de geallieerden die ons wilden bevrijden. De Engelsen konden op dat moment niet precies genoeg vliegen, niet laag genoeg, en met hun bommen niet precies genoeg op hun doelen richten. Zo stierven vier gewone Capellenaren. Terwijl ze rustig lagen te slapen.
De geschiedenis van oorlog is de geschiedenis van leed. Vaak zijn vooral onschuldigen het slachtoffer van oorlog.
Beste mensen, beste jongens en meisjes, wat fijn dat jullie hier vanavond zijn in de Nieuwe Westerkerk. Het doet me goed om gezichten te herkennen die er altijd zijn op 4 mei, maar ik zie ook nieuwe gezichten. Dat is mooi.
Op 4 mei herdenken we in het hele land. Om 20.00 uur zijn we samen twee minuten stil. We herdenken alle burgers en militairen die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog. En alle Nederlandse mannen en vrouwen die daarna vielen in oorlogen en vredesoperaties wereldwijd. We staan stil bij hen, zoals we stil staan bij Sien, Marie, Nicolaas en Maarten. Bij de strijd die zij voerden voor vrede en democratie. Waarden die in de huidige tijd onder grote druk staan. We staan ook stil bij het verdriet en bij wat zij ons hebben nagelaten.
Het thema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei is dit jaar: de geschiedenis begrijpen. Maar begrijpen is niet hetzelfde als de feiten kennen. Het gaat dieper. Het gaat om de vraag ‘wat leren wij van wat mensen vóór ons hebben meegemaakt?’
Laten we terugkeren naar de oorlogstijd, nu naar het najaar van 1944. De oorlog sleept zich ook in Capelle alweer vier jaar voort. De mensen weten het nog niet, maar de barre hongerwinter staat op het punt van beginnen. Op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, krijgt het Capelse verzet echt vorm. Dertig mannen ondernemen steeds vaker actie tegen de Duitsers. Samen met het verzet uit Rotterdam. Ze saboteerden schepen, spoorwegen en militair materieel. Ze verplaatsten wapens en springstoffen. En ze hielden lijsten bij van NSB'ers, van collaborateurs. Ook dachten ze na over wat er moest gebeuren na de bevrijding.
Een van de mannen in het verzet was gemeenteveldwachter Cees Ineke. Hij woont op dat moment met zijn vrouw Annie Timmermans in de politiepost aan de Kanaalweg in Capelle-Schenkel. Annie was geen gewone vrouw. Ze was meervoudig nationaal kampioene zwemmen, wereldrecordhoudster estafette en had meegedaan aan de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn.
Het Capelse verzet hield ook een archief bij met militaire rapporten en een lijst van NSB´ers en collaborateurs. Begin 1945 werd dit verraden en de SD, de Duitse Sicherheitsdienst, hield de veldwachter hiervoor verantwoordelijk. Een Duitse agent werd naar Capelle gestuurd om Cees te arresteren en het verzetsarchief in beslag te nemen. De Duitse agent was Otto Haubrock. Wat er toen gebeurde, is één van de merkwaardigste gebeurtenissen uit de Capelse oorlogsgeschiedenis. Haubrock klopte aan bij Cees en Annie. Annie deed open. Haubrock herkende haar direct. Hij had vroeger ook gezwommen. Ze spraken over zwemkampioenschappen, over gedeelde bekenden, over een wereld die had bestaan vóór de oorlog. Toen Cees thuiskwam, dronken de drie samen koffie. Haubrock vertelde waarom hij was gekomen. Cees gaf toe actief te zijn in het verzet. Maar het archief, zo beweerde hij, dat was er niet. Haubrock geloofde hem niet. Maar hij arresteerde hem ook niet. “Bezorg het archief morgenochtend om tien uur in Den Haag. Anders komen wij terug.”
De volgende ochtend reed een andere agent, wachtmeester Leen Quist op de motorfiets naar Den Haag. Hij leverde zoals afgesproken het archief af bij Haubrock. Maar die ontplofte: de militaire rapporten ontbraken, de ledenlijst van het verzet ontbrak. Het enige wat Quist had afgegeven was een keurig gedocumenteerde lijst van Capelse NSB'ers en collaborateurs. Precies de informatie die hén in gevaar bracht, niet het verzet. Haubrock was woest en schold Quist uit voor leugenaar. Maar hij liet de wachtmeester gaan. Cees Ineke en Annie Timmermans en de andere leden van het Capelse verzet doken onder. En overleefden de oorlog.
De geschiedenis begrijpen betekent ook dit soort verhalen begrijpen. Dat vrijheid soms wordt gered door slimheid, door toevallige ontmoetingen, door een kop koffie op het juiste moment. Door de moed van mensen die wisten wat er op het spel stond en toch bleven staan.
Eerlijk is eerlijk, 81 jaar na de bevrijding leven wij in een wereld die wij nog steeds niet volledig begrijpen. Waarin veel lessen uit het verleden niet begrepen zijn. Waar vrede en democratie geen vanzelfsprekendheden zijn. Oekraïne wordt al meer dan vier jaar verscheurd door oorlog. Gaza ligt in puin. In Soedan, in Myanmar, in Congo, in Iran sterven mensen die niets anders willen dan gewoon leven. Democratische waarden staan onder grote druk of worden met voeten getreden. Verkiezingen worden beïnvloed. Instituties uitgehold. En afgesproken grenzen opnieuw ter discussie gesteld.
De geschiedenis begrijpen betekent dat we dit nu herkennen. En ons daar veel zorgen om maken. Zorgen om moeten maken. Want wat vroeger gebeurde, gebeurt ook nu. Het patroon uit onze geschiedenis verplicht ons om het nu ook te herkennen in het dagelijkse nieuws. En om aan de bel te trekken. Om óók op te staan.
Want door de geschiedenis weten wij waarop we moeten letten. Wij hebben de verhalen. Van Sien en Marie van Linschoten. Van Cees Ineke en Annie Timmermans. Van de mannen van het verzet in Capelle. Deze verhalen moeten wij waarderen als onze lessen.
Dit jaar is het 75 jaar geleden dat de eerste Molukkers in Nederland aankwamen. Ze kwamen in ons land direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog waarin ze als KNIL-militairen vochten aan de zijde van het Nederlandse leger in Indië. Voor mij persoonlijk is die geschiedenis geen abstracte datum in het geschiedenisboek. Mijn roots liggen op de Molukken. Ik ken de verhalen van binnenuit. Mijn familie, mijn vrienden, kwamen hierheen met de belofte van terugkeer. In plaats daarvan werden zij ondergebracht in barakken en woonoorden, ver van alles wat vertrouwd was. Mensen die in dat koude Nederland jarenlang wachtten op een toekomst die nooit kwam. Die pijn, van ontheemding, van beloften die werden gebroken, van een generatie die hier niet thuis mocht zijn, is voor veel Molukkers tot op de dag van vandaag voelbaar.
Ik ben blij dat er de afgelopen jaren, ook politiek en maatschappelijk, meer ruimte is gekomen om dat te erkennen. Want erkenning is ook een vorm van herdenken. Het is zeggen: wij zien wat er is gebeurd. Wij begrijpen het. En wij staan er niet onverschillig tegenover. Ook dat is wat 4 mei van ons vraagt. Oog hebben voor al het leed dat uit de oorlog is voortgekomen.
Ik kijk vanavond naar u. Naar Capellenaren en leden van de gemeenteraad die hier naar de Nieuwe Westerkerk zijn gekomen op de vierde avond van mei. Naar het kindercollege, de jongerenraad en de kinderen die straks hun gedichten gaan voordragen die ze zelf hebben geschreven. Over dingen die zij waarschijnlijk nooit hebben meegemaakt, maar misschien toch voelen. Ik kijk naar ouders en grootouders die hen hier mee naartoe hebben genomen. Naar iedereen die heeft gezegd: het is belangrijk dat we stilstaan en herdenken.
Vrijheid is een keuze. Elke dag opnieuw. Democratie werkt alleen als mensen erin geloven én ervoor staan.
Straks lopen we samen naar de begraafplaats in Capelle-West. Om 20.00 uur staan we samen twee minuten stil. In die stilte is ruimte voor alles wat woorden niet kunnen dragen. Zorgen en verwachtingen. Hoop. We denken aan de namen van slachtoffers toen en nu. Mensen, jongeren, kinderen, die we kennen van naam of juist helemaal niet. We denken aan de levens die werden afgebroken en de levens die daarna zijn begonnen.
Voor Sien, die in de perenboom haar broer hoorde roepen.
Voor Annie, die koffie inschonk en daarmee levens redde.
Dames en heren, jongens en meisjes, lieve Capellenaren. Ik dank jullie voor jullie aanwezigheid en aandacht.