Handelen in strijd met ruimtelijke regels

Wilt u iets bouwen, of een bestaand gebouw in gebruik nemen, dan moet dit passen in het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
Past dit niet, dan moet de door u aan te vragen omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ worden uitgebreid met de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’. Dit staat beschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). 
U krijgt dan toestemming om toch te bouwen of om een pand te gebruiken op een andere manier dan in het bestemmingsplan is vastgelegd, bijvoorbeeld als u een praktijk in uw woning wilt beginnen of u uw woning wilt uitbreiden. 
De gemeente (= het college van burgemeester en wethouders) is vrij om te bepalen of zij mee wil werken aan een aanvraag omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan.

Mogelijkheden

De gemeente (= het college van burgemeester en wethouders) kan op de volgende vier manieren besluiten om van een geldend bestemmingsplan af te wijken:
1. artikel 2.12, lid 1, onderdeel a onder 1 Wabo (vm. binnenplanse ontheffing);
2. artikel 2.12, lid 1, onderdeel a onder 2 Wabo (vm. kruimelgevallen);
3. artikel 2.12, lid 1, onderdeel a onder 3 Wabo (vm. projectbesluit);
4. artikel 2.12, lid 2 Wabo (vm. tijdelijke buitenplanse ontheffing).

Ad 1:
Deze afwijkingsmogelijkheid van het bestemmingsplan is vermeld in het betreffende bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van het bestemmingsplan door dit mogelijk te maken enige flexibiliteit aan dit bestemmingsplan willen geven. Het college van burgemeester en wethouders is door de gemeenteraad aangewezen om van deze bevoegdheid gebruik te kunnen maken.

Ad 2:
De categorieën waarmee afwijking van een geldend bestemmingsplan mogelijk is staan vermeld in artikel 4 van bijlage II Besluit omgevingsrecht.

Reguliere procedure

Bij een aanvraag om omgevingsvergunning met de activiteit afwijken van een geldend bestemmingsplan, zoals hiervoor onder ad 1 en 2 is omschreven, moet volgens de Wabo de zogenaamde ‘reguliere’ voorbereidingsprocedure worden gevolgd. 
Dit betekent dat het college van burgemeester en wethouders binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag om omgevingsvergunning een besluit op deze aanvraag moet nemen. Deze termijn kan éénmaal met zes weken worden verlengd. 
Neemt het college van burgemeester en wethouders binnen deze termijn geen besluit op de aangevraagde omgevingsvergunning dan is in de Wabo bepaald dat de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend. 

De verleende omgevingsvergunning treedt - in de meeste gevallen - één dag na bekendmaking van het besluit, in werking. Wanneer een belanghebbende hiertegen bezwaar heeft moet hij dit binnen zes weken bij het college van burgemeester en wethouders kenbaar maken. Tegen het door het college van burgemeester en wethouders op het ingediende bezwaarschrift genomen besluit kan de belanghebbende eerst in beroep bij de Rechtbank en later in hoger beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Ad 3:
Van deze afwijkingsmogelijkheid kan alleen gebruik worden gemaakt als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zo moet er sprake zijn van een ‘concreet’ plan. 
Uit een ‘ruimtelijke onderbouwing’ moet blijken dat dit plan aan alle geldende wettelijke regelingen voldoet. De aanvrager moet hier de nodige onderzoeksrapporten voor aanleveren. Vervolgens moet de gemeente vaststellen of het plan past binnen het door haar te voeren ruimtelijke beleid ook wel een ‘goede ruimtelijke ordening’ genoemd. Ook moet het plan passen in het door het waterschap, de provincie en het Rijk vastgestelde ruimtelijke beleid. Tot slot is het noodzakelijk dat de gemeenteraad voor het plan een zogenaamde ‘verklaring van geen bedenkingen’ afgeeft. Nadat de gemeenteraad hiertoe is overgegaan kan het college van burgemeester en wethouders (pas) de aangevraagde omgevingsvergunning verlenen.

Ad 4:
Dit is een mogelijkheid om tijdelijk van een geldend bestemmingsplan af te wijken. Tijdelijk betekent maximaal vijf jaar. In dit geval moet er zowel sprake zijn van een ‘tijdelijke situatie’ als van een ‘goede ruimtelijke ordening’.

Uitgebreide procedure

Bij een aanvraag om omgevingsvergunning met de activiteit afwijken van een geldend bestemmingsplan, zoals hiervoor onder ad 3 en 4 is omschreven, moet volgens de Wabo de zogenaamde ‘uitgebreide’ voorbereidingsprocedure worden gevolgd. 
Dit betekent dat het college van burgemeester en wethouders binnen zes en twintig weken na ontvangst van de aanvraag om omgevingsvergunning een besluit op deze aanvraag moet nemen Deze termijn kan éénmaal met zes weken worden verlengd. 
Neemt het college van burgemeester en wethouders binnen deze termijn geen besluit op de aangevraagde omgevingsvergunning dan kan de aanvrager het college van burgemeester en wethouders in gebreke stellen en vervolgens per dag een dwangsom ‘verbeurd’ laten verklaren tot maximaal 1.260 euro.

Voordat het college van burgemeester en wethouders de aangevraagde omgevingsvergunning kan verlenen moet volgens de bepalingen van de Wabo eerst het ontwerpbesluit tot verlening van de omgevingsvergunning gedurende een periode van zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder op dit ontwerp-besluit reageren door het indienen van een zienswijze bij het college van burgemeester en wethouders.
Vervolgens neemt het college van burgemeester en wethouders een besluit op de ingediende zienswijze(n) en verlenen al dan niet de aangevraagde omgevingsvergunning. 

N.B.:
Voor de onder ad 3 genoemde situatie geldt als extra vereiste dat de gemeenteraad eerst een zogenaamde ‘verklaring van geen bedenkingen’ moet afgeven, voordat het college van burgemeester en wethouders de aangevraagde omgevingsvergunning kan verlenen. 
Het ontwerp van deze ‘verklaring van geen bedenkingen’ moet eerst zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder op deze ontwerp – verklaring van geen bedenkingen reageren door het indienen van een zienswijze bij de gemeenteraad. Na afloop van deze termijn geeft de gemeenteraad - op basis van de ontvangen reacties – al dan niet de zogenaamde ‘verklaring van geen bedenkingen’ af.

De verleende omgevingsvergunning treedt – in de meeste gevallen - één dag na bekendmaking van het besluit, in werking. Wanneer een belanghebbende hiertegen bezwaar heeft moet hij binnen zes weken beroep bij de Rechtbank instellen en vervolgens hoger beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aantekenen.
 

Naar boven