Baggeren
Sloten, singels en andere watergangen moeten regelmatig uitgediept worden om te voorkomen dat ze dichtslibben met zand, kleideeltjes en plantenresten,waardoor er steeds minder water opgeslagen en afgevoerd kan worden. Door toename van slib loopt bovendien de waterkwaliteit terug. Het weghalen van deze lagen slib van de waterbodem heet baggeren. Schone bagger mag, waar mogelijk, op het land gestort worden, hetzij op de oevers, hetzij in tijdelijke slibdepots. Verontreinigde bagger moet naar een opslag voor baggerspecie of naar een erkend slibverwerkingsbedrijf.
Baggeren van singels is een noodzakelijke onderhoudsplicht. Doel van het baggeren is ervoor te zorgen dat de watergangen voldoende water kunnen afvoeren, waardoor de waterafvoer verzekerd is en ter verbetering, dan wel borging van de kwaliteit van het oppervlaktewater.
Baggeren gebeurt soms op zee en rivieren, bijvoorbeeld om een vaargeul diep genoeg te houden voor de grotere zeeschepen. Maar ook vaarten, boezems, singels, vijvers en sloten moeten regelmatig gebaggerd worden.
Het oppervlaktewater binnen Capelle aan den IJssel is grotendeels in beheer en onderhoud bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK). Enkele watergangen en –partijen zijn niet in beheer en onderhoud bij HHSK. Hiervoor ligt het beheer en onderhoud niet bij HHSK, maar bij de eigenaren. Dat kunnen zijn de gemeente, of particulieren.
Het betreft hier de volgende wateren:
- Scheisloten aan de ’s-Gravenweg (particulieren en gemeente)
- Scheisloten bij het stadsdeelpark (particulieren en gemeente)
- Gedeelte van het water rondom het sportpark Schenkel (gemeente)
- Gedeelte van het water rondom sportpark Couwenhoek (gemeente)
- Het water in en rondom de Slotvijver (gemeente).
Waaruit bestaat bagger?
Resten van dode waterplanten en diertjes, maar ook het afgevallen blad van heesters en bomen. Kleine vuil-, zand- en kleideeltjes die in het water zweven, zakken langzaam naar de bodem. Samen vormen ze na verloop van tijd een laag bagger (ofwel slib) op de waterbodem. De singel, sloot, boezem of vaart wordt minder diep en dus kan er minder water door stromen of in opgeslagen worden. Het water wordt troebel en kan zelfs gaan stinken. Een dikke baggerlaag kan (in de zomer) ook een explosieve groei van kroos tot gevolg hebben, wat weer een negatief effect heeft op de kwaliteit van het water. Het baggeren van sloten, vaarten en singels is dus noodzakelijk.
Vier klassen bagger
Bij bagger kent men verschillende kwaliteitssoorten. De verschillende soorten bagger moeten ook verschillend verwerkt worden:
Klasse 1 en 2
Schone bagger. De bagger mag op de kant worden gezet, en kan door boeren of tuinders gebruikt worden om hun land op te hogen. Bagger is rijk aan voedingsstoffen, dus goed voor het gras of de groenten.
Klasse 3
Licht verontreinigd. Deze bagger wordt afgevoerd naar de Slufter (baggerspecie opslag).
Klasse 4 en 4+
Ernstig verontreinigd. De bagger moet worden afgevoerd naar erkende slib- verwerkingsbedrijven (verbrandingsovens).
Beschermen natuur
HHSK houdt zoveel mogelijk rekening met de natuur [interne link naar ecologisch onderhoud] bij het baggeren. De Flora- en Faunawet stelt dat baggerwerkzaamheden zo min mogelijk schade mogen toebrengen aan het planten- en dierenleven. Tijdens het baggeren moet de uitvoerder zorgen voor goede vluchtwegen voor dieren. Als die ontbreken moeten vissen bijvoorbeeld overgezet worden naar aangrenzend water.
Maar ook het kleine slootje achter uw huis moet regelmatig gebaggerd worden. Met een riek of hark haalt u vrij gemakkelijk de bladresten en modder van de bodem.


