Algemene informatie
Iedere gemeente moet voor heel haar grondgebied één of meer bestemmingsplannen hebben. In een bestemmingsplan staat wat de bestemming van een bepaald stuk grond is, bijvoorbeeld woningbouw, industrie, recreatie, kantoren en horeca. Dit plan geldt voor iedereen: burgers, bedrijven en de gemeente zelf.
Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen te weten:
- een verbeelding;
- de planregels;
- een toelichting.
Op de ‘verbeelding’ zijn de verschillende ‘bestemmingen’ aangegeven. Bij de verbeelding horen ook planregels. In deze planregels is ondermeer bepaald wat er in bestemming mag worden gebouwd. Daarnaast hoort een toelichting bij het bestemmingsplan. Hierin staat onder meer op welke gedachten het plan gebaseerd is en de uitkomsten van de onderzoeken die daarvoor zijn verricht.
Actualisering
Bestemmingsplannen moeten actueel zijn (niet ouder dan 10 jaar). Als een bestemmingsplan ouder dan 10 jaar is, kan de gemeente geen leges meer heffen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen om bijvoorbeeld de uitbreiding van een woning mogelijk te maken.
Om aan deze verplichting te voldoen kan de gemeenteraad een bestemmingsplan vernieuwen of de werkingsduur van een ‘verouderd’ bestemmingsplan met 10 jaar verlengen. Als er gekozen wordt voor een verlening, moet dit goed gemotiveerd zijn en het bestemmingsplan moet nog in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening zijn.
Door het overgangsrecht van de ‘oude’ Wet op de Ruimtelijke Ordening naar de ‘nieuwe’ Wet ruimtelijke ordening (in werking getreden op 1 juli 2008) heeft de gemeente vijf jaar de tijd om alle bestemmingsplannen actueel te maken. Dus vanaf 1 juli 2013 kan een gemeente geen leges meer heffen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen die past in een ‘verouderd’ bestemmingsplan.
Functies van het bestemmingsplan
Het bestemmingsplan heeft een aantal functies te weten:
- de bestemmingsfunctie;
- de gebruiksfunctie;
- de handhaaffunctie.
Bestemmingsfunctie
Op de verbeelding van het plan is de ‘bestemming’ van de grond aangegeven. Dit kan onder andere wonen, bedrijven of recreatie zijn. Een voorbeeld: in een gebied met de bestemming ‘wonen’ mag zich geen bedrijf vestigen. Andersom mag op grond met de bestemming ‘bedrijven’ geen woning worden gebouwd.
Gebruiksfunctie
In de planregels is vastgelegd waarvoor de grond en de daarop aanwezige of de nog te bouwen bebouwing mag worden gebruikt. Bijvoorbeeld: een kavel krijgt de bestemming ‘eengezinswoning’.
Ook staat in de planregels van het bestemmingsplan hoe u de grond van een gegeven bestemming mag gebruiken en wat u erop mag bouwen. Bijvoorbeeld: een garage bij een eengezinswoning mag niet als kantoorruimte worden gebruikt en ook niet bij de woning worden gevoegd om er in te gaan wonen.
Handhaaffunctie
Als grond of gebouwen op een andere manier worden gebruikt dan in het bestemmingsplan staat, mag de gemeente ‘handhaven’. De gemeente kan dan twee maatregelen nemen om dit ongedaan te maken: bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom.
Bestuursdwang betekent dat de gemeente de strijdige situatie in haar oorspronkelijke staat terugbrengt. De kosten die de gemeente hiervoor heeft moeten maken worden bij u - de overtreder in rekening gebracht.
Met een dwangsom wordt u - de overtreder gedwongen om zelf een eind aan de strijdige situatie te maken. Daarnaast kan de rechter u een geldboete tot maximaal € 45.000,- opleggen, omdat een strafbaar feit is begaan.


